Afschrijving en amortisatie spreiden de kosten van een langlevend actief over de jaren dat je het gebruikt. Afschrijving geldt voor fysieke zaken zoals machines en voertuigen. Amortisatie geldt voor immateriële zaken zoals softwarelicenties en patenten. Je deelt de aankoopprijs door de gebruiksduur in jaren.
Een voorbeeld. Een machine van 30.000 euro die vijf jaar gebruikt wordt levert 6.000 euro afschrijving per jaar op.
Afschrijving bestaat omdat een machine kopen niet hetzelfde is als het geld voor niets uitgeven. Je bezit het actief nog steeds en het levert jarenlang waarde op. Belastingdiensten publiceren tabellen met gebruiksduur die het aantal jaren vastleggen, en de waarden verschillen per land. Een bestelwagen wordt vaak over vijf of zes jaar afgeschreven, kantoormeubilair over meer dan tien jaar, en een laptop over een tot drie jaar.
Uitgewerkt voorbeeld, lineaire methode. Je koopt een bestelwagen voor 36.000 euro met een gebruiksduur van zes jaar. De jaarlijkse afschrijving is 6.000 euro, ofwel 500 euro per maand. In jaar één daalt je banksaldo met 36.000 euro, maar je winststaat toont slechts 6.000 euro aan kosten. Na zes jaar staat de bestelwagen op nul in je boeken, ook al zou je hem nog kunnen verkopen.
De fout die bijna elke starter maakt is dubbel tellen. Ze boeken de aankoop van 36.000 euro als kost in het jaar van aankoop en boeken ook nog eens 6.000 euro afschrijving per jaar. De aankoop hoort thuis in je cashflowplan en je balans. Alleen de afschrijving hoort in de winststaat.
De tweede fout is afschrijving negeren omdat het geen cash is. Het is vandaag geen cash, maar het is een waarschuwing: op een gegeven moment vervang je de bestelwagen, en dat zal wel cash zijn. Als je plan 6.000 euro afschrijving per jaar toont en geen vervangingsaankoop in jaar zeven, is het plan onvolledig.
Het financiële plan dat Foundor genereert vermeldt afschrijving apart, zodat je de stap van EBITDA naar EBIT kunt volgen.
