EBITDA staat voor winst voor rente, belastingen, afschrijvingen en amortisatie. Het meet de winst die je bedrijfsvoering oplevert voor financieringskosten en boekhoudkundige afschrijvingen. Begin bij de omzet, trek de kostprijs van de omzet en operationele kosten af, en tel afschrijvingen en amortisatie er weer bij op. Investeerders gebruiken het om bedrijven met verschillende schuldniveaus en activabases te vergelijken.
EBITDA is populair omdat het zaken uitfiltert die tussen bedrijven verschillen om redenen die niets met de operationele activiteit te maken hebben: hoeveel schuld ze dragen, welke belastingregels gelden en hoe snel ze hun activa afschrijven.
Uitgewerkt voorbeeld. De omzet is 900.000 euro. De kostprijs van de omzet is 360.000 euro, dus de brutowinst is 540.000 euro. Operationele kosten van 420.000 euro laten 120.000 euro over. Afschrijving op machines is 45.000 euro, dus de EBIT is 75.000 euro. EBITDA is EBIT plus afschrijving: 75.000 plus 45.000 is 120.000 euro. Als afschrijving je enige niet-kaskosten post is, is EBITDA gewoon gelijk aan brutowinst min operationele kosten.
Twee dingen om in gedachten te houden. EBITDA is geen kasstroom, ook al wordt er vaak zo over gesproken. Het houdt geen rekening met wat je uitgeeft aan nieuwe apparatuur, hoeveel cash er in voorraad zit, en of klanten op tijd betalen. Een bedrijf kan 120.000 euro EBITDA rapporteren en toch zonder geld komen te zitten omdat het datzelfde jaar 200.000 euro aan machines heeft uitgegeven.
EBITDA vleit ook kapitaalintensieve bedrijven. Als je model elke drie jaar een nieuwe machine van 60.000 euro nodig heeft, is die kost reëel, en afschrijving is hoe de boekhouding dat vastlegt. Die eruit halen laat het bedrijf winstgevender lijken dan het is. Een softwarebedrijf met vrijwel geen vaste activa heeft een EBITDA en EBIT die dicht bij elkaar liggen, dus daar doet het verschil er minder toe.
EBITDA staat als regel in het Foundor financieel plan, en het is een van de eerste cijfers waar een bank of investeerder naar kijkt.
