Vaste kosten zijn uitgaven die gelijk blijven, ongeacht hoeveel je verkoopt. Huur, verzekering, salarissen en softwareabonnementen zijn typische voorbeelden. Als je in een maand niets verkoopt, komen deze rekeningen toch binnen. Vaste kosten bepalen de minimale omzet die je bedrijf elke maand nodig heeft om te overleven.
Je hebt dit getal nodig voor je break-evenpunt en je maandelijkse kasplan. Een gegenereerd businessplan vermeldt vaste kosten daarom apart van variabele kosten.
Een voorbeeld. Jouw webshop betaalt 1.200 euro huur, 2.800 euro aan salarissen, 150 euro voor software, 200 euro voor verzekering en 650 euro voor boekhouding. De totale vaste kosten zijn 5.000 euro per maand. Elk product verkoopt voor 40 euro en kost jou 25 euro in inkoop en verzending, dus je houdt 15 euro per verkoop over. Je hebt 5.000 euro gedeeld door 15 euro nodig, dat is 334 verkopen per maand, voordat je iets verdient. Dat ene getal zegt meer over je risico dan welke prognose dan ook.
Twee misvattingen komen vaak voor. Ten eerste betekent vast niet permanent. De huur stijgt, je neemt een tweede werknemer aan, en het getal springt omhoog. Vast betekent onafhankelijk van het verkoopvolume, niet onveranderlijk.
Ten tweede zijn veel kosten alleen vast binnen een bepaalde marge. Een bestelwagen dekt tot 60 bestellingen per dag. Bestelling 61 heeft een tweede wagen nodig, en je vaste kosten stijgen met 900 euro per maand.
Oprichters vergeten ook hun eigen salaris. Als je van plan bent 2.500 euro per maand op te nemen, zet dat dan in de vaste kosten. Een plan dat alleen werkt omdat jij gratis werkt, is geen plan.
Houd de lijst kort en herzie hem elk kwartaal.
