Brutomarge is wat overblijft van je omzet nadat je de kostprijs van de omzet aftrekt, uitgedrukt als percentage. Het is de eerste marge in een winst- en verliesrekening, boven de operationele kosten. Het laat zien hoeveel van elke verkoop beschikbaar is om je vaste kosten te dekken.
Een voorbeeld. Omzet van 200.000 euro min kostprijs van 80.000 euro laat 120.000 euro over, een brutomarge van 60 procent.
Brutomarge vertelt je of je businessmodel zijn vaste kosten überhaupt kan dragen. De formule is omzet min kostprijs, gedeeld door omzet. Een hoge marge betekent dat elke extra verkoop veel bijdraagt. Een lage marge betekent dat je volume nodig hebt.
Uitgewerkt voorbeeld. Een café verkoopt 12.000 koffies per maand voor 3,50 euro, dus de omzet is 42.000 euro. Bonen, melk, bekers en deksels kosten 0,95 euro per koffie, dus de kostprijs is 11.400 euro. De brutowinst is 30.600 euro en de brutomarge is 72,9 procent. Huur, personeel en energie komen op 27.000 euro, waardoor 3.600 euro overblijft. Verlaag nu de prijs naar 3,00 euro. De omzet daalt naar 36.000 euro, de brutowinst naar 24.600 euro, en het café verliest 2.400 euro per maand. Een prijsverlaging van 50 cent maakte van een winst een verlies.
Typische marges verschillen per model. Software zit vaak boven de 75 procent, bureaus tussen 40 en 60 procent, detailhandel en e-commerce tussen 20 en 50 procent, horeca en hardware lager. Je marge vergelijken met een bedrijf met een ander model levert niets nuttigs op.
Twee misvattingen komen vaak voor. Ten eerste verwarren oprichters brutomarge met nettomarge. Brutomarge wordt gemeten voor huur, salarissen en marketing. Je kunt 70 procent brutomarge hebben en toch elke maand verlies lijden. Ten tweede passen ze één gemengde marge toe op elk product. Als je een mix verkoopt, bereken de marge dan per productlijn. De zwakke presteerder zit meestal verstopt in het gemiddelde.
Brutomarge staat in het financiële gedeelte van een Foundor-plan, als percentage en als bedrag per jaar.
