Winstmarge toont welk percentage van je omzet overblijft als winst na kosten. Je deelt winst door omzet en vermenigvuldigt met 100. Brutomarge trekt alleen de directe kostprijs van de verkochte goederen af. Nettomarge trekt alles af, inclusief huur, salarissen, rente en belasting. Zeg altijd welke marge je bedoelt.
Een voorbeeld. Je winkel maakt 500.000 euro omzet. De goederen kosten 300.000 euro, dus de brutowinst is 200.000 euro en de brutomarge is 40 procent. Huur, salarissen, marketing en software nemen nog eens 160.000 euro. De nettowinst is 40.000 euro, dus de nettomarge is 8 procent.
De twee cijfers vertellen verschillende verhalen. Een brutomarge van 40 procent zegt dat je prijsstelling werkt. Een nettomarge van 8 procent zegt dat je overhead het meeste opeet. Een concurrent met dezelfde brutomarge en een slankere operatie verdient veel meer aan dezelfde verkopen.
Marges verschillen enorm per sector, dus vergelijk alleen met bedrijven zoals het jouwe. Kruidenierswarenhandel draait bewust op lage enkelcijferige nettomarges. Software haalt vaak een veel hogere brutomarge, omdat een bestand kopiëren bijna niets kost. Dezelfde 15 procent betekent in elk geval iets anders.
Oprichters maken twee fouten. Ten eerste noemen ze de ene marge en bedoelen de andere, wat een gesprek met een investeerder verwarrend maakt. Ten tweede jagen ze het percentage na in plaats van de euro's. Je marketingbudget verlagen verhoogt het percentage maar kan tegelijk de omzet en totale winst verkleinen. 40.000 euro winst op 500.000 euro omzet is beter dan 30.000 euro winst op 150.000 euro omzet, ook al lijkt de tweede marge twee keer zo goed.
Volg de marge over tijd en per product. Een dalende marge verschijnt meestal voordat een dalend banksaldo dat doet.
